Junior_info_FAQs.html
 

Poetsen


U begint met het poetsen van de tanden vanaf het moment dat het eerste tandje is doorgebroken. Tot 2

    jaar kunt u het gebit éénmaal per dag poetsen en vanaf 2 jaar tweemaal per dag.

Poetsen kunt u het beste doen door zelf achter uw kind te gaan staan en zijn of haar hoofd op uw hand te

    laten rusten. De allerkleinsten kunnen het best liggend op de commode gepoetst worden.

Gebruik een kleine tandenborstel met zachte haren en doe daar een klein bolletje tandpasta op. Maak

    zachte, masserende bewegingen over zowel de tanden als het tandvlees.

Als uw kind ouder wordt, kunt u uw kind meer eigen verantwoordelijkheid geven door het gebit zelf te

    laten poetsen. Tot 10 jaar is het wel belangrijk om het gebit, minstens eenmaal daags na te poetsen bij

    voorkeur ‘s avonds. Ook daarna is het belangrijk om het tandenpoetsen regelmatig te controleren en te

    begeleiden.


Zoetmomenten


Beperk het aantal eet- en drinkmomenten tot zeven keer per dag. Drie keer een hoofdmaaltijd en vier keer per dag een tussendoortje. Zo kan het speeksel in de mond helpen het gebit te beschermen. Elke keer dat uw kind wat drinkt of eet wordt gezien als een eet- of drinkmoment. Telt u maar eens hoe vaak dat op een dag voorkomt.


Geen flesje of tuitbeker


Vaak sabbelen aan een zuigflesje of anti-lekbeker met bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt en andere melkproducten kan het gebit aantasten. Omdat het gebit langdurig met suikers in aanraking komt, is er een grote kans op het ontstaan van zogenoemde zuigflescariës. De kans hierop is kleiner als kinderen hun zoete drankjes in één keer opdrinken. Laat daarom uw kind vanaf negen maanden uit een beker zonder tuit drinken in plaats vanuit een zuigflesje of anti-lekbeker. Gebruik een tuitbeker eventueel eerst als tussenstap. 's Avonds en 's nachts is het drinken uit een zuigflesje met zoete inhoud extra schadelijk. 's Nachts kan het speeksel de zuuraanvallen op het gebit vrijwel niet herstellen. Het (’s nachts) drinken van water uit een zuigflesje is overigens niet schadelijk.


Afleren van de speen


Een pasgeboren baby heeft ook buiten de voedingen om vaak een grote zuigbehoefte. De speen kan een hulpmiddel zijn om je kind tevreden te stellen als hij of zij zuigbewegingen met de mond maakt. Maar na een maand of twaalf wordt die zuigbehoefte minder en krijgen kinderen vaker de speen van hun ouders als troost of uit gewoonte. Dat is het moment waarop je kunt gaan beginnen met afbouwen!

Hoe langer je met afbouwen wacht, hoe moeilijker het wordt. Een kleuter zal bijvoorbeeld meer protesteren. Bovendien maakt een ouder kind meer spannende dingen mee en heeft de speen dus vaker nodig als troost.


Bewust afscheid nemen van de speen

Uiteindelijk is het natuurlijk de bedoeling dat je kind ook bij het inslapen geen speen meer in de mond heeft. Je kunt met je kind afspreken wanneer je afscheid van de speen neemt. Je kunt de speen aan een ballon binden en samen de speen uitzwaaien. Of geef de speen aan het paard van Sinterklaas mee. In Scandinavië worden een heleboel spenen tegelijk verbrand.

Het gaat erom dat de speen definitief weg is. Een kind van een jaar of drie, vier beseft dat en realiseert zich ook dat zeuren om een speen geen zin meer heeft. Je moet er natuurlijk wel voor zorgen dat je de speen pas vaarwel zegt als je kind het idee heeft dat het voldoende afscheid heeft genomen. Het moet zijn of haar ‘eigen’ besluit zijn.


Volhouden!

Vaak gaan de eerste twee dagen zonder speen goed, maar begint je kind op de derde dag te zeuren. Juist dan moet je doorzetten. Ben je zelf moe of heb je veel stress, dan zul je toegeven en toch de speen maar weer geven om van het gezeur af te zijn. Dat is heel begrijpelijk, maar je moet dan weer van voren af aan beginnen. Dus kies voor je kind, maar ook voor jezelf een goed moment om met afbouwen te beginnen en houd vol.


Afleren van duimen


Eigenlijk zou een kind moeten stoppen met duimen voordat hij gaat praten, zo rond zijn eerste verjaardag. Maar we blijven realistisch. Duimzuigen afleren is alleen te doen als je kind meewerkt. Biedt hem andere vormen van rust en troost (even op schoot, spelletje doen, gesprekje voeren) op het moment dat hij normaal zijn duim opzoekt. Het is ook goed om het 'niet duimen' te belonen, met bijvoorbeeld een compliment of een sticker.


’s Nachts duimen, is moeilijker af te leren. Laat je kind een pleister om zijn duim doen of een vingerpoppetje. Dat moet hij heel bewust afdoen om te kunnen zuigen en met dat bewustzijn kan hij ook besluiten het niet te doen. Overdag kan een pleister je kind ook helpen om in zijn stoppoging te volharden.


Belonen van het kind

U kunt uw kind belonen als het zich flink houdt. Laat het een uurtje langer opblijven, laat het kiezen wat er ‘s avonds gegeten wordt, geef een klein cadeautje of verzin iets anders leuks. Beloon altijd pas achteraf en beloof geen dingen vooraf (“Als je doet wat de tandarts zegt dan krijg je…..”). Dit leidt nogal eens tot lastige onderhandelingen met het kind. Ook denkt het kind dat het heel erg gaat worden wat de tandarts gaat doen, want het krijgt immers niet ‘zomaar’ een cadeautje. Het wordt daardoor zelfs misschien angstiger.

 

Cleyburch junior  |  Verwijspraktijk voor kindertandheelkunde  | Herenweg 231  2201 AG  Noordwijk  Telefoon: 071 3660650

TIPS

Cleyburch junior

De praktijk

Het team

Tevreden?

Contact en route

Contact

Route

Junior_info_FAQs.html