Wat zijn kaasmolaren?

Een Kaasmolaar, met een wetenschappelijke term Molar Incisor Hypomineralisation genoemd, is een afwijking van het tandglazuur. Dit komt vooral voor op de eerste blijvende kies, maar bijvoorbeeld ook op de tweede melkkies.

Kaasmolaren kunnen herkend worden doordat deze tanden er mat-opaak, wit-gelig uitzien. Deze defecten kunnen voorkomen in vlekken of over de hele tand. Zulke verkleurde plaatsen zijn zeer poreus en kunnen afbrokkelen (vandaar de naam kaasmolaren) en zijn uiterst gevoelig voor gaatjes. Dit komt door een fout in de samenstelling van het glazuur van de tand. Volgens studies komen kaasmolaren voor bij 10-20 % van de kinderen. Nederlands onderzoek wees uit dat in de helft van de gevallen ook de centrale blijvende snijtanden aangetast zijn.

Waarom bestaat ‘de wolf ‘niet?

Het is een volksgeloof waarbij men denkt dat door een niet te stoppen ziekte tanden en kiezen verloren gaan. Het is echter maar een bijgeloof. In werkelijkheid bestaat er niet zo'n ziekte. Wel is het voor veel oudere mensen een mooi verzinsel om het slechte onderhoud en verlies van hun gebit te verklaren. Door ‘de wolf’ de schuld te geven van het tandbederf, leek het alsof ze er zelf niets aan konden doen. Ze hoefden zich zo niet schuldig te voelen voor het verlies van hun tanden en kiezen. ‘De wolf’ bestaat dus niet: er wordt mee bedoeld dat mensen erg veel gaatjes hebben.

Wat is een tandarts-pedodontoloog?

De postdoctorale opleiding tot kindertandarts aan ACTA leidt tandartsen op tot tandarts-pedodontoloog. De tandartsen die deze opleiding met succes hebben afgerond, worden door de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde (NVvK) officieel erkend als kindertandarts. Nederland telt inmiddels ongeveer veertig officieel geregistreerde kindertandartsen. Via een systeem van visitatie en herregistratie wordt de kwaliteit van dit register bewaakt.

Wat is de invloed van eten en drinken op het melkgebit?

In vrijwel al ons eten en drinken zitten suikers en zetmeel. Die kunnen schadelijk zijn voor het gebit. Dat geldt vooral voor kleverig snoepgoed. Bacteriën zetten suikers in de mond om in zuren. Die zuren tasten het gebit aan. Gelukkig heeft speeksel een beschermende werking. Het neutraliseert de zuurinwerking op het gebit. Maar daar is wel tijd voor nodig. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten van uw kind tot maximaal zeven per dag. Drie keer een maaltijd en maximaal vier keer per dag een tussendoortje. Geef uw kind liever hartige dan zoete dingen. Probeer uw zoon of dochter niet aan zoetigheid te laten wennen en voeg aan voedsel en dranken geen suiker toe. Geef de voorkeur aan suikervervangers die in lightproducten zitten, maar bedenk dat in lightdranken ook zuren zitten.

Waarom kan mijn kind beter een beker gebruiken in plaats van een flesje?

Vaak sabbelen aan een zuigflesje of anti-lekbeker met bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt en andere melkproducten kan het gebit aantasten. Omdat het gebit langdurig met suikers in aanraking komt, is er een grote kans op het ontstaan van zogenoemde zuigflescariës. De kans hierop is kleiner als kinderen hun zoete drankjes in één keer opdrinken. Laat daarom uw kind vanaf negen maanden uit een beker zonder tuit drinken in plaats vanuit een zuigflesje of anti-lekbeker. Dat is ook beter voor de ontwikkeling van de mondmotoriek. Gebruik een tuitbeker eventueel eerst als tussenstap. 's Avonds en 's nachts is het drinken uit een zuigflesje met zoete inhoud extra schadelijk. 's Nachts kan het speeksel de zuuraanvallen op het gebit vrijwel niet herstellen. Het (’s nachts) drinken van water uit een zuigflesje is overigens niet schadelijk.

Wanneer krijgen kinderen hun blijvende tanden en kiezen?

Een kind wisselt zijn tanden tussen zijn zesde en twaalfde jaar. Op de plaats van de melktanden en –kiezen komen blijvende exemplaren. Ook komen er in die tijd nieuwe kiezen bij, omdat er meer ruimte in de mond ontstaat doordat een kind groeit. Rond het zesde levensjaar breekt achter de laatste melkkies een nieuwe, blijvende kies door. Daarachter volgt rond het twaalfde jaar nog eens een kies. Een volledig blijvend gebit bestaat uit twaalf tanden en zestien kiezen. De verstandskiezen zijn hierbij niet meegerekend. Die breken op latere leeftijd door.

Hoe kan je het beste poetsen bij kinderen?

U begint met het poetsen van de tanden vanaf het moment dat het eerste tandje is doorgebroken. Tot 2 jaar kunt u het gebit éénmaal per dag poetsen en vanaf 2 jaar tweemaal per dag.

Poetsen kunt u het beste doen door zelf achter uw kind te gaan staan en zijn hoofd op uw hand te laten rusten. De allerkleinsten kunnen het best liggend op de commode gepoetst worden.

Gebruik een kleine tandenborstel met zachte haren en doe daar een klein bolletje tandpasta op. Maak zachte, masserende bewegingen over zowel de tanden als het tandvlees.

Als uw kind ouder wordt, kunt u uw kind meer eigen verantwoordelijkheid geven door het gebit zelf te laten poetsen. Tot 10 jaar is het wel belangrijk om het gebit, minstens eenmaal daags na te poetsen, bij voorkeur ‘s avonds. Ook daarna is het belangrijk om het tandenpoetsen regelmatig te controleren en te begeleiden.

Mijn kind is heel bang, wat moet ik van te voren doen?

Vooral niet teveel. Heel vaak denken ouders dat er van te voren veel moet worden besproken en uitgelegd aan hun kind, maar vaak is het omgekeerde waar. Kinderen kunnen door allerlei oorzaken bang geworden zijn voor de tandarts, maar bij hun verdere behandeling zijn ze allemaal gebaat bij rust en een overzichtelijke behandeling die niet nodeloos wordt uitgesteld. Tijdens de behandeling is het vooral een taak van de kindertandarts om de stappen in de behandeling rustig aan te kondigen en uit te leggen. De kindertandarts zal zeggen wat zij gaat doen en doet wat zij heeft gezegd. Dat geeft een vaste, duidelijke structuur aan de behandeling en dat helpt kinderen om te wennen aan de tandarts. U kunt het beste voorafgaand aan de afspraak herhalen wat de tandarts heeft verteld en met de onderstaande punten terdege rekening houden.

 
Beloof niets wat u of de kindertandarts niet waar kunnen maken. Bange of zenuwachtige kinderen proberen allerhande toezeggingen los te krijgen. Gaat de tandarts niets doen? Krijg ik geen prik? Het kan heel goed zijn dat die dingen inderdaad niet gaan gebeuren, maar als u uw kind belooft dat er iets niet gebeurd wat wel besproken is tijdens de laatste afspraak dan kan uw belofte niet waargemaakt worden door de kindertandarts en dat schaadt het vertrouwen van uw kind in de kindertandarts en in uzelf.
Stel de afspraken niet nodeloos uit. Als een kind echt bang is voor de tandarts zal hij/zij van alles proberen om er onderuit te komen. Sommige kinderen zijn vooraf zelfs letterlijk ziek. In alle gevallen is uitstel maar een tijdelijke oplossing. Onderzoek geeft aan dat uitstel kort helpt, maar dat de angst de volgende keer in nog ergere mate terug zal komen.
Maak uw kind niet in de war. Het is belangrijk dat u met de kindertandarts afstemt wat er de volgende keer gaat gebeuren en wat u zelf aan uw kind vertelt en wat u aan de kindertandarts overlaat. Anders loopt u het risico dat uw kind verschillende dingen hoort en dat maakt uw kind onrustig, waardoor uw kind alleen maar zenuwachtiger kan worden.

De kindertandarts praat zodanig met uw kind dat hij of zij het goed kan begrijpen. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over ‘kiezenklei‘ in plaats van ‘vulling’, ‘slaapdruppels’ in plaats van ‘prik’ of ‘verdoving’ en het ‘poetsen van de kiezen’ in plaats van ‘boren’. Dit is erg belangrijk omdat kinderen een erg grote fantasie hebben. Wanneer er gesproken wordt over het boren van een kies, denken veel kinderen aan die hele grote boormachine van thuis die ze dan in hun mond krijgen. Ook klinkt een prik veel dramatischer dan een kies in slaap maken. We zijn wel eerlijk tegen kinderen, maar willen ze ook niet onnodig banger maken. Het is belangrijk voor de gemoedsrust van uw kind dat u als ouder ook in dezelfde ‘Jip en Janneke-taal’ meepraat.

Hoe beloon ik mijn kind?

U kunt uw kind belonen als het zich flink heeft gehouden. Laat uw kind bijvoorbeeld  kiezen wat er ‘s avonds gegeten wordt of geef uw kind een klein cadeautje of iets anders leuks. Het belangrijkste is wel dat u uw kind altijd pas achteraf beloond en dat u geen geen dingen vooraf belooft (“Als je doet wat de tandarts zegt dan krijg je…..”). Dit leidt nogal eens tot lastige onderhandelingen met het kind. Ook kan het zijn dat uw kind denkt dat er iets ergs gaat gebeuren bij de tandarts, want het krijgt immers niet ‘zomaar’ een cadeautje. Uw kind wordt daardoor zelfs misschien angstiger.

 

Cleyburch junior  |  Verwijspraktijk voor kindertandheelkunde  | Herenweg 231  2201 AG  Noordwijk  Telefoon: 071 3660650

FAQ’S

Cleyburch junior

De praktijk

Het team

Tevreden?

Contact en route

Contact

Route